<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Sander Kooistra &#187; psychologie van het schrijven</title>
	<atom:link href="http://sanderkooistra.nl/category/psychologie-van-het-schrijven/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://sanderkooistra.nl</link>
	<description>schrijft</description>
	<lastBuildDate>Fri, 10 Jun 2011 19:27:32 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Loskomen</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/boek-schrijven/loskomen</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/boek-schrijven/loskomen#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 20 Mar 2010 10:22:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[boek schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[perspectiefwissel]]></category>
		<category><![CDATA[vastlopen]]></category>
		<category><![CDATA[vertelperspectief]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=1214</guid>
		<description><![CDATA[In zijn nieuwe boek Invisible geeft Paul Auster tips aan een schrijver die in zijn verhaal is vastgelopen. Het lijkt niet meer dan een tussenstukje in het boek, een overgang tussen twee grote hoofdstukken. Auster houdt er van om juist in dat soort passages, die je achteloos leest, terwijl je de gebeurtenissen in het vorige [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a rel="attachment wp-att-1215" href="http://sanderkooistra.nl/boek-schrijven/loskomen/attachment/vastehond2"><img class="aligncenter size-full wp-image-1215" title="vastehond2" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2010/03/vastehond2.jpg" alt="" width="320" height="323" /></a><br />
In zijn nieuwe boek <em>Invisible</em> geeft Paul Auster tips aan een schrijver die in zijn verhaal is vastgelopen. Het lijkt niet meer dan een tussenstukje in het boek, een overgang tussen twee grote hoofdstukken. Auster houdt er van om juist in dat soort passages, die je achteloos leest, terwijl je de gebeurtenissen in het vorige hoofdstuk nog aan het overdenken bent, de werkelijk belangrijke inzichten weg te steken.</p>
<p>Een man die weet dat hij niet lang meer te leven heeft schrijft in grote haast een  verantwoording van zijn leven (<em>a final reckoning</em>), waarbij hij zich concentreert op een paar cruciale gebeurtenissen in het jaar 1967. Maar hij loopt vast in een deel van zijn verhaal, en vraagt een oude studievriend om raad.</p>
<p>Die oude makker schrijft met frisse tegenzin een antwoord.</p>
<p><span id="more-1214"></span>Hij zegt (ik vertaal dit maar even uit het Engels): ‘Angst is een goede zaak (…), angst zet ons ertoe aan om risico’s te nemen en een stap verder te gaan dan we normaal zouden doen, en een schrijver die het gevoel heeft dat hij zich op veilig gebied bevindt zal waarschijnlijk niets van waarde produceren.’</p>
<p>Vastlopen, schrijft hij vervolgens, komt meestal voort uit een denkfout van de schrijver, die niet volledig begrijpt wat hij probeert te zeggen, of een verkeerde benadering heeft gekozen van zijn onderwerp. Hij geeft een voorbeeld, zijn eigen memoires.</p>
<p>‘Deel 1 was geschreven in de eerste persoon, en toen ik begon met het tweede deel (dat meer direct over mijzelf ging dan het voorgaande deel) bleef ik schrijven in de ik-vorm, raakte meer en meer ontevreden met het resultaat, en stopte er uiteindelijk mee.’</p>
<p>Na een paar maanden vindt hij de oplossing:</p>
<p>‘Ik realiseerde me dat ik de verkeerde benadering had gekozen. Door over mijzelf te schrijven in de eerste persoon, had ik mijzelf verstikt en onzichtbaar gemaakt, had ik het mezelf onmogelijk gemaakt om datgene te vinden waar ik naar op zoek was. Ik moest mijzelf losmaken van mijzelf, een stap terug doen en wat ruimte te maken tussen mijzelf en mijn onderwerp (namelijk mijzelf)…’  De oplossing: schrijf het verhaal in de derde persoon. ‘Ik werd Hij, en de afstand die deze kleine verschuiving creëerde maakte het me mogelijk om het boek te voltooien.’</p>
<p>Deze tip blijkt goud waard voor de schrijver die worstelt met zijn blokkade. Hij herschrijft het verhaal vanuit een ander perspectief. Dat verhaal vormt het tweede deel van <em>Invisible</em>. Het is geschreven vanuit een verrassend perspectief: ‘Jij en je zus zijn altijd maatjes geweest…</p>
<p>Let nog even op dat ene tussenzinnetje in de overgangsparagraaf die hierboven aan de orde kwam.  ‘<em>I had smothered myself and made myself invisible</em>…door over mijzelf te schrijven in de eerste persoon.’  Ik ben er nog over aan het nadenken, maar dit zinnetje zou wel eens de crux van het boek kunnen zijn.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/boek-schrijven/loskomen/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzaam, niet alleen</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/eenzaam-maar-niet-alleen</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/eenzaam-maar-niet-alleen#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 07 Oct 2009 13:06:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[eenzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[schrijver worden]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=995</guid>
		<description><![CDATA[Ted van Lieshout is bekend geworden door zijn gedichten voor kinderen en door het aangrijpende verhaal Zeer Kleine Liefde, over zijn relatie als twaalfjarig jongetje met een pedofiele man. In het NRC weekblad vertelt Van Lieshout over zijn jeugd. “Ik deed altijd bijna alles in mijn eentje, ik was een ziekelijk jongetje. Op mijn kamertje [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignleft size-full wp-image-1004" title="Ted_van_Lieshout" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/10/Ted_van_Lieshout.jpg" alt="Ted_van_Lieshout" width="250" height="333" /><br />
Ted van Lieshout is bekend geworden door zijn gedichten voor kinderen en door het aangrijpende verhaal Zeer Kleine Liefde, over zijn relatie als twaalfjarig jongetje met een pedofiele man.</p>
<p>In het NRC weekblad vertelt Van Lieshout over zijn jeugd.</p>
<p>“Ik deed altijd bijna alles in mijn eentje, ik was een ziekelijk jongetje. Op mijn kamertje zat ik uren te tekenen en te fantaseren en wat niet al. Ik voelde mij niet helemaal begrepen. Ik dacht dat ik de enige was met een innerlijk leven. Dat in die kleine onooglijke hoofdjes van mijn klasgenoten ook gedachten zaten, dat leek me onmogelijk.”</p>
<p>Eenzaam, onbegrepen, bezig met fantaseren. Een portret van de schrijver in wording dat ons inmiddels bekend voorkomt (zie mijn eerdere post <a href="http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/waarom-wij-schrijven">Waarom wij schrijven</a>). Toch lukte het Van Lieshout pas om door te breken als schrijver, toen hij in feite de hoop al had opgegeven.</p>
<p><span id="more-995"></span>“<em>Ik schreef voor volwassenen. Dat kon ik niet. Mijn  teksten stonden vol woorden als </em>‘desalniettemin’ <em>en</em> ‘nochtans’. <em>Op het moment dat ik voor kinderen ging schrijven, moest ik die woorden schrappen. Toen bleek opeens dat ik kon schrijven. Zo makkelijk was het. Het keerpunt kwam toen ik gedichten van mezelf teruglas en ze niet meer begreep. Die gedichten heb ik verscheurd. Het masker van mijn zogenaamde intellectualiteit heb ik toen afgezet.</em></p>
<p><em><strong>U wilde graag doorgaan voor een intellectueel? </strong></em></p>
<p><em>Al vanaf mijn derde, denk ik. Ik vond mezelf bijzonder en ik dacht: als je bijzonder bent, dan ben je op zijn minst intellectueel. Dus probeerde ik intellectueel over te komen….”</em></p>
<p>Van Lieshout voldeed aan alle psychologische basisvoorwaarden om schrijver te worden, maar hij verzon er zelf nog een extra voorwaarde bij. Dat bleek uiteindelijk de grootste barrière. Pas toen hij het masker van de intellectueel kon afleggen kwam de schrijver tot bloei.</p>
<p>Ik herken veel in dit verhaal, ook al was mijn jeugd (en mijn psychologische ontwikkeling) heel anders. Het gaat over gevoeligheid. Wanneer je als kind zo bezig bent met je eigen gevoelens, gedachten, fantasie, dan ontwikkel je ook een grote gevoeligheid voor de gevoelens en verwachtingen van de mensen om je heen.</p>
<p>Van Lieshout zegt, dat hij van zichzelf verwachtte dat hij een intellectueel zou worden, dat hij zelf &#8211; als peuter van drie &#8211; die eis formuleerde.  Een fraai voorbeeld van het solipsisme dat voor kleine kinderen vanzelfsprekend is (&#8216;als ik mijn ogen dichtdoe, gaat het licht uit&#8217;).</p>
<p>Hoe komt de kleine Ted op het idee dat hij een intellectueel moet worden? Ik denk dat hij al vroeg begrepen heeft waarmee je als bijzondere eenling status kunt verwerven in de maatschappij, wat zelfs in eenzaten bewonderd wordt. De ambities van de kleine Ted weerspiegelen wat zijn ouders belangrijk vonden, of de dominees op de radio, of de leraren op school.</p>
<p>De kleine Ted wist wel dat hij bijzonder was, maar wilde ook gezien worden door anderen, een plek vinden waar hij meetelde. De strategie die hij daartoe inzette zou hem een heel eind hebben gebracht als hij leraar had willen worden, of beleidsmedewerker, of literatuurwetenschapper. Als schrijver heb je last van zo&#8217;n pose, van elke onechtheid, hoe onschuldig op zich ook.</p>
<p>Ik had net zo te kampen met  een strategie die ik  als klein kind  ontworpen had om goedgekeurd te worden door mijn omgeving. Vandaar dat het zo lang geduurd heeft voordat ik mezelf kon toestaan om literatuur te schrijven. Vijftig jaar heb ik er over gedaan om uit te vinden dat het helemaal niet interessant is wat andere mensen van je vinden &#8211; dat het erom gaat wat jij van jezelf vindt. <em>Zo makkelijk was het,</em> zegt Van Lieshout, en hij heeft gelijk.</p>
<p><em>Ted van Lieshout werd geïnterviewd door Karel Berkhout en Monique Snoeijen. NRC Weekblad 3-9 oktober 2009. Titel: ‘Het hindert mij dat er geen begrip is voor pedofielen’. </em></p>
<p>Ted van Lieshout heeft een eigen <a href="http://tedvanlieshout.web-log.nl/">weblog</a>, helaas grotendeels gevuld met een agenda van spreekbeurten en publicaties. Wel handig om bijvoorbeeld interviews op te zoeken.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/eenzaam-maar-niet-alleen/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Op zoek naar eenzaamheid</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/op-zoek-naar-eenzaamheid</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/op-zoek-naar-eenzaamheid#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 19 May 2009 13:04:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[eenzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[zelfkritiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=781</guid>
		<description><![CDATA[Toen ik nog werkte als journalist ging ik mijn stukjes wel eens zitten schrijven in een café. Liefst een groot ruim café type American, waar veel passanten voorbij kwamen, met veel reuring. De kantine van het Stedelijk Museum met zijn internationale publiek, ook een favoriete plek. ‘Dit is het leven’, dacht ik dan, ‘ik zit [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="aligncenter size-full wp-image-783" title="cave-bookcase" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/05/cave-bookcase.jpg" alt="cave-bookcase" width="450" height="260" /></p>
<p>Toen ik nog werkte als journalist ging ik mijn stukjes wel eens zitten schrijven in een café. Liefst een groot ruim café type American, waar veel passanten voorbij kwamen, met veel reuring.  De kantine van het Stedelijk Museum met zijn internationale publiek, ook een favoriete plek. ‘Dit is het leven’, dacht ik dan, ‘ik zit er middenin’. De overvloed aan prikkels bracht me in de juiste stemming om te schrijven, een tikje opgefokt, met urgentie. En ik kon me inbeelden dat de mensen voor wie ik schreef om me heen liepen.</p>
<p>Stukjes schrijven voor mijn weblog doe ik nog wel eens in het café, al gaat het nu om een wat rustiger etablissement in een provinciestad. Je kan heel wat kwijt op een bierviltje van Café Meijers. Maar geen literatuur. Inspiratie opdoen in een café lukt aardig. Moet er van de haastig neergepende beelden en flarden een literaire tekst worden gemaakt, dan trek ik me terug in mijn werkkamertje.</p>
<p>Zonder isolement gaat het niet. Al barsten ze van het leven en vibreren ze van het straatrumoer, literaire verhalen worden geschreven in eenzaamheid. Waarom is dat toch?</p>
<p><span id="more-781"></span>Het gemiddelde verhaal eist burgerlijke orde en regelmaat, stelt Renate Dorrestein. “<em>Het wil van negen tot vijf aandacht, of van zeven tot twaalf. (…) Het is als de dood dat het zal omkomen als het aan zichzelf wordt overgelaten. Heeft de schrijver vandaag even geen zin? Dan maakt hij maar zin! Wil hij op vakantie? Het verhaal wil mee! Het kan immers maar kort zonder beademing, het hartje is nog zwak, de spieren kunnen zich nog niet ballen , het is een weerloze larf met een weergaloze macht over zijn slaaf, de schrijver.</em>”  (Het geheim van de schrijver, p. 177/178)</p>
<p>Dorrestein spreekt over verhalen zoals Michelangelo over beelden: <em>‘het beeld zit al in dit blok marmer, ik moet het er alleen nog uithakken’</em>. Het verhaal wil verteld worden, en zoekt een schrijver die bereid is om zichzelf tot slaaf te maken. Puur animisme, deze theorie, en toch zit er een kern van waarheid in.<br />
De schrijver neemt de taak op zich om het verhaal zo effectief en efficiënt en mooi mogelijk te vertellen. Dat betekent keuzes maken. Onophoudelijk. Elke zin vraagt om keuzes, elke alinea, de opeenvolging van alinea’s, steeds weer nieuwe keuzes.</p>
<p>Een enkele keuze kan je maken, geïnspireerd door een gesprek, door een omgeving. Soms maakt het onderbewustzijn een keuze voor jou. We hebben allemaal wel de ervaring dat je volkomen onverwacht, tussen de bedrijven door, bezig met iets heel anders, een geniale inval krijgt die je verhaal in een totaal ander perspectief plaats. Een grote sprong vooruit!</p>
<p>Maar na die grote sprong wachten de schrijver weer tientallen kleine keuzes, die allemaal aandacht nodig hebben, al is het maar even, en stuk voor stuk naar tevredenheid moeten worden afgerond voordat je verder kan. Om die reeks keuzes te kunnen maken moet je geconcentreerd kunnen luisteren naar je eigen stem, zonder afleiding. <em>In harmonie komen met het boek,</em> noemt Patricia Highsmith dat.</p>
<p>Daarom zoeken we het isolement. En dan moeten we het met onszelf kunnen uithouden.<br />
Het helpt als je getraind bent in alleen zijn. Allenige kinderen maken meer kans om schrijver te worden.</p>
<p>De Engelse kinderboekenschrijver <a href="http://www.guardian.co.uk/books/2007/feb/16/philippullman">Philip Pullman</a>, op de vraag ‘<em>hoe overleef je het om zo’n groot deel van de tijd alleen te zijn in je werk?’</em><br />
<em>Het is geen kwestie van overleven</em>, zegt hij. <em>Ik verwelkom dat. Ik vind het prettig om die tijd in mijn eentje te zijn. Ik denk zelfs dat ik gek zou worden als ik niet die tijd in eenzaamheid kon doorbrengen. </em></p>
<p>Een geboren schrijver, op zoek naar een legitieme reden om zich terug te trekken. Eindelijk alleen!</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/op-zoek-naar-eenzaamheid/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kleine psychologie van het schrijven (deel 1)</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/kleine-psychologie-van-het-schrijven-1</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/kleine-psychologie-van-het-schrijven-1#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 04 May 2009 11:13:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[schep een wereld]]></category>
		<category><![CDATA[schrijver worden]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=735</guid>
		<description><![CDATA[Ik doe een poging om alles wat ik tot nu toe verzameld heb over de psychologie van het schrijven in kaart te brengen. De witte vlekken (dat zijn er meer dan ik had gedacht) probeer ik de komende maanden in te vullen. Het blijft mij een raadsel waarom ik zo weinig bijdragen van psychologen en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="aligncenter size-full wp-image-756" title="Escape" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/05/anderewereld.jpg" alt="Escape" width="388" height="309" /><br />
Ik doe een poging om alles wat ik tot nu toe verzameld heb over de psychologie van het schrijven in kaart te brengen. De witte vlekken (dat zijn er meer dan ik had gedacht) probeer ik de komende maanden in te vullen. Het blijft mij een raadsel waarom ik zo weinig bijdragen van psychologen en andere vaklui kan vinden over de psychologie van de kunstenaar (en meer speciaal de schrijver). Heb je interessante gezichtspunten of literatuur in de aanbieding, aarzel niet om te mailen.</p>
<p><strong>1. Het fundament.</strong></p>
<p><a href="http://sanderkooistra.nl/recensies/zelf-schrijver-worden"><em>Zelf schrijver worden</em></a>, heet een boekje van Gerard Reve. De titel is natuurlijk ironisch bedoeld. Een typisch Reviaanse manier om te zeggen: Je kan alleen schrijver worden, wanneer je al schrijver bent.  Er is een bepaalde <em>state of mind</em> voor nodig om schrijver te kunnen worden.</p>
<p>Orwell schetst zijn zelfportret in het essay <em><a href="http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/waarom-wij-schrijven">Why I Write</a>, </em>en laat daarmee zien hoe die<em> state of mind </em>in elkaar steekt<em>. </em><br />
-	Schrijvers voelen zich van hun jeugd af aan niet helemaal thuis in de maatschappij, staan er buiten, denken dat ze niet gezien en niet gewaardeerd worden.<br />
-	Schrijvers voelen zich eenzaam, maar ze hebben een wapen: ze kunnen erg goed met woorden overweg.<br />
-	Schrijvers ontdekken (vroeg of laat) hoe leuk het is om met woorden een eigen wereldje te scheppen.</p>
<p>Beschik je niet over die predispositie, des te beter, dat maakt het een stuk eenvoudiger om een gelukkig leven te leiden – maar schrijver worden is dan waarschijnlijk geen goed idee.</p>
<p><span id="more-735"></span>Schrijver worden is sowieso niet zo’n goed idee. Vergeet de verhalen over de miljarden van J.K.Rowling, hou op met dromen over de fotomodellen die als een blok voor je vallen wanneer je eenmaal als Groot Schrijver op TV bent geweest. Er zijn veel minder omslachtige manieren om rijk en/of beroemd te worden.<br />
Literatuur schrijven is een slecht betaalde hobby. Wie er in slaagt na twee jaar schrijven een bestseller te produceren (in Nederland betekent dat: 10.000 exemplaren verkocht), is een positieve uitschieter in ons literaire wereldje. Deze witte raaf haalt met zijn schrijfarbeid net het uurloon van een 16-jarige vakkenvuller bij Albert Heijn – met dien verstande dat die vakkenvuller ook nog recht heeft op een eindejaarsuitkering.</p>
<p>De schrijver schrijft niet om het geld, en ook niet om een beroemde schrijver te zijn, maar omdat hij of zij niet anders kan.</p>
<p><strong>2. De missie</strong><br />
De schrijver moet iets vertellen, en dat moet de buitenwereld in. Mensen moeten dat lezen, er door geraakt worden.<br />
Was die drang tot communicatie er niet, dan zou de schrijver alleen voor zichzelf schrijven. Een dagboek bijhouden, die pen over het papier horen krassen, steeds dieper door dringen in je eigen gedachten en gevoelens, met van tijd tot tijd als bonus een mooie zin die nog raak is ook.<br />
De schrijver neemt daar geen genoegen mee, hij zoekt contact met een buitenwereld (waar hij zich niet helemaal senang in voelt). Die mensen daarbuiten raken, dat lukt alleen maar via een verhaal, een roman, een gedicht.</p>
<p>In de volgende aflevering : omgaan met isolement.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/kleine-psychologie-van-het-schrijven-1/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De bijziende criticus</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/bijziende-zelfkritiek</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/bijziende-zelfkritiek#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 Mar 2009 21:25:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[boek schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[zelfkritiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=684</guid>
		<description><![CDATA[Ik draag een vasthoudende criticus met me mee. Het is een bozig kereltje, dat er een sport van maakt te verschijnen wanneer ik hem niet wil zien, en dan iets giftigs te roepen. Ik heb hem altijd heel serieus genomen. Te serieus, ontdekte ik een paar maanden geleden. Mijn boek was af. Nou ja, zo’ [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="aligncenter size-full wp-image-685" title="tedichtbij" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/03/tedichtbij.jpg" alt="tedichtbij" width="600" height="412" /></p>
<p>Ik draag een vasthoudende criticus met me mee. Het is een bozig kereltje, dat er een sport van maakt te verschijnen wanneer ik hem niet wil zien, en dan iets giftigs te roepen.<br />
Ik heb hem altijd heel serieus genomen. Te serieus, ontdekte ik een paar maanden geleden.</p>
<p><span id="more-684"></span>Mijn boek was af. Nou ja, zo’ n beetje. De eerste complete versie lag op tafel. Ik had besloten dat eerste voldragen concept te laten lezen aan een clubje vrienden en bekenden.<br />
Nu het zover was beviel dat idee me niet meer zo, maar vooruit.</p>
<p>Het was de eerste keer dat mijn boek in zijn eentje buiten mocht spelen. Ik liep nog een keer de tekst door, haalde er wat foutjes uit, verzette een komma, boog een paar zinnetjes om. Toen kopieerde ik het hele pakket twintig keer, deed er vrolijke hoesjes omheen, en begon met uitdelen. <em>Ik wil graag commentaar</em>, zei ik daarbij. <em>Alles wat je belangrijk lijkt. Je helpt me enorm.</em></p>
<p>Twintig pakketjes uitgedeeld, en toen begon het wachten. Je moet mensen de tijd gunnen. Ik ruimde mijn bureau op. Ik deed boodschappen. Ik las de boekenbijlage van de NRC tot gapens toe.</p>
<p>Na twee dagen kreeg ik een idee. Ik stak exemplaar 21 in mijn rugzakje, fietste naar de stad, en ging op een terrasje in de zon zitten. Daar begon ik te lezen.</p>
<p>Ik zag het boek voor het eerst. Er stonden grappen in, waar ik om moest lachen, terwijl ik ze toch zelf geschreven had. Het boek was een eigen leven begonnen, het had zich van mij losgescheurd.</p>
<p>Ik bekeek mijn spruit van een afstandje. Leuk joch, maar wat een zwakke beentjes. Dat zulke spillepootjes dat hele lijf kunnen dragen. Zijn linkerarm is ook een stuk minder ontwikkeld, valt me nu op.</p>
<p>De opbouw van het verhaal, die ik werkendeweg had zien groeien, bleek opvallende gaten te vertonen. Nooit op gelet.<br />
Ik had, al schrijvend, te dicht op de tekst gezeten. Aangemoedigd door mijn kleine criticus, die riep: <em>Vind ik geen mooie zin</em>! Of: <em>Schrijf nou eens bloemrijk. Niet altijd zo kaal!</em> Daardoor bleef ik me concentreren op de taal, op het ritme van de zinnen.</p>
<p>Mijn criticus is een bijziend mannetje. Hij kan geen pas achteruit zetten om het grote geheel te overzien. En ik, teveel onder de indruk van zijn bijtende opmerkingen, ben de strijd aangegaan met zijn kritiek. Ik heb me zijn beperkte visie laten opdringen.</p>
<p>Pas toen ik afstand kon nemen van mijn eigen tekst kon ik zien wat ik gemist had. Zoveel leven in dat verhaal, waar ik aan voorbij gerend was.</p>
<p>Nu kan ik ruimte maken voor een vrouw in een rode jurk. De kronkelende zoom. De manier waarop ze haar sigaret vasthoudt, haar lange elegante vingers.  Blozende adertjes onder de gladde huid van haar bovenbenen. Ik kan haar een gezicht geven, en een plaats om te staan, een plek in de stad waar ze betekenis krijgt voor het verhaal.</p>
<p>Woedend kauwt de criticus op zijn oranje-geel gestreepte stropdas.</p>
<p>Die &#8216;<em>grappen, waar ik om moest lachen, terwijl ik ze toch zelf geschreven had,</em> &#8216;  heb ik van Piet Grijs gepikt.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/bijziende-zelfkritiek/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Waar de vijand huist</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/zelfkritiek</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/zelfkritiek#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 Mar 2009 20:22:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[herschrijven]]></category>
		<category><![CDATA[zelfkritiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=667</guid>
		<description><![CDATA[De meeste schrijvers halen 500 woorden per dag, en vinden dat een mooi gemiddelde. Hoeveel woorden zouden we kunnen typen als we echt gas gaven? Toch zeker 6.000. Waarom gaan we zo langzaam? Omdat de kraan meteen wordt dichtgedraaid zodra de woorden een beetje beginnen te stromen.De woorden moeten zich aan onze regels houden. Ze [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="aligncenter size-full wp-image-668" title="grow-on-you_2lucyandbart" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/03/grow-on-you_2lucyandbart.jpg" alt="grow-on-you_2lucyandbart" width="400" height="383" /></p>
<p>De meeste schrijvers halen 500 woorden per dag, en vinden dat een mooi gemiddelde. Hoeveel woorden zouden we kunnen typen als we echt gas gaven? Toch zeker 6.000.</p>
<p>Waarom gaan we zo langzaam? Omdat de kraan meteen wordt dichtgedraaid zodra de woorden een beetje beginnen te stromen.De woorden moeten zich aan onze regels houden. Ze mogen stromen, maar wel in de juiste bedding, in het goede ritme, met de bijpassende emotie geladen.</p>
<p>Wie draait die kraan eigenlijk dicht? Dat doen wijzelf. Althans, dat doen personages die zich in ons blijken schuil te houden. Ik verander al schrijvend in een lezer, en de lezer wordt een criticus, en de criticus zegt: <em>dat kan zo niet, dat moet helemaal anders.</em></p>
<p><span id="more-667"></span>Bij mij vindt deze transformatie om de dertig, veertig woorden plaats. Twee zinnen kan ik zonder veel weerstand typen. Dan verschijnt de lezer, een dromerig mannetje dat de neiging heeft minuten lang uit het raam te gaan zitten staren, zinnetjes mompelend als: <em>klopt iets niet.</em> <em>voelt niet goed. </em></p>
<p>Achter de rug van de lezer verschuilt zich een heel ander wezen. Ik weet niet of dat wel echt een deel van mij is, het lijkt een personage dat meer weet van literatuur dan ikzelf. Mijn criticus is een zeer belezen, hoog ontwikkeld, nerveus figuur die er zeer krachtige meningen op na houdt.</p>
<p>Heeft iedere schrijver zijn eigen criticus? Ik vrees van wel. Maar hoe verschillend onze ingebouwde critici ook zijn, ik denk dat we er allemaal dezelfde problemen mee hebben.</p>
<p>Die gedachte kwam bij me op door een oud interview met Willem Brakman, over het fenomeen van de zelfkritiek. ‘<em>De schaduw van wantrouwen</em>,’ in zijn woorden. Brakman schreef merkwaardige boeken vol met gedachtesprongen en losse eindjes. De eerste versie van elk boek schreef hij met de hand, zo vrij en open mogelijk. “<em>Door mijzelf tijdens zo&#8217; n eerste versie te laten gaan, de toegangswegen open te zetten, niets te herkauwen, hoop ik de inval de kans te geven te verschijnen.&#8217;</em>&#8216; (Elke lezer van Brakman zal beamen: invallen genoeg in de boeken van de oude bard). Maar ja, die eerste versie is altijd “<em>godvergeten slecht”. </em></p>
<p><em>”Dan moet je strepen, al het onechte dient er genadeloos uit te worden verwijderd. Ik hoor mijzelf dan denken: tjonge, jonge, dat is diepzinnig, gevoelig, humoristisch, gewild, droevig &#8211; weg met al dat onechte.”</em></p>
<p>Brakman stelt dat we de zelfkritiek positief moeten opvatten, als een noodzakelijk onderdeel van onze expeditie in het domein van de waarheid: “<em>echte zelfkritiek is geen zoektocht naar technische fouten, zelfkritiek is breder, het is het meest absolute en centrale punt van het denken.(…) Geest is de boeiende omgang van het bewustzijn met zichzelf. En die boeiende omgang bestaat vaak uit zelfkritiek</em>.” Dat is nou juist waar de schrijver zich door onderscheiden kan: <em>“een prater is onder de schouderkloppende ban van zijn eigen persoonlijkheid, de schrijver allerminst.”</em></p>
<p>En toch, hoe positief Brakman de zelfkritiek ook probeerde voor te stellen, vrolijk werd hij niet van de criticus in hem. <em>“Tijdens het schrijven leunt de schrijver over zijn eigen schouder en fluistert allerlei akelige dingen, die mij soms in elkaar doen krimpen en waarbij ik me afvraag waar die vijand toch huist als ik niet schrijf.&#8221;</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>Zelfkritiek: Willem Brakman / De pen wil anders</em><br />
door Pieter Henk Steenhuis, Trouw 2002-06-12</p>
<p>De foto bij dit artikel is een coproductie van Lucy McRae en Bart Hess, designers/kunstenaars uit Eindhoven. Ze doen onderzoek naar low-tech manieren om het menselijk lichaam beter te laten functioneren. Bekijk het fascinerende werk van dit duo op <a href="http://www.lucyandbart.com">www.lucyandbart.com</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/zelfkritiek/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Woordenstroom</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/woordenstroom</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/woordenstroom#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 03 Mar 2009 15:17:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[flow]]></category>
		<category><![CDATA[free writing]]></category>
		<category><![CDATA[frustratie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=615</guid>
		<description><![CDATA[Stel een eierwekkertje in op 10 minuten. Ga zitten, leg tien, twaalf vellen papier in een waaiervorm op tafel. Pak een pen die losjes schrijft. Zet de punt links bovenaan het eerste vel, denk na over niets, en begin te schrijven. Dondert niet wat. Spellingregels overboord. Grammatica niet bijgeleverd. Schrijf en schrijf, regel na regel, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="aligncenter size-full wp-image-616" title="sprekendefontein" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/03/sprekendefontein.jpg" alt="sprekendefontein" width="480" height="600" /><br />
Stel een eierwekkertje in op 10 minuten. Ga zitten, leg tien, twaalf vellen papier in een waaiervorm op tafel. Pak een pen die losjes schrijft. Zet de punt links bovenaan het eerste vel, denk na over niets, en begin te schrijven. Dondert niet wat. Spellingregels overboord. Grammatica niet bijgeleverd. Schrijf en schrijf, regel na regel, zonder te letten op fouten of herhalingen of stomme vergelijkingen en altijd dezelfde woordgrapjes. Stop niet, haal de pen niet van het papier, kras verder.</p>
<p>Ga door tot de eierwekker afloopt.</p>
<p>Na een minuut of tien kijk ik verbaasd naar vellen volgekalkt met dronkemanshandschrift. De schrijfhand verkrampt, het hoofd voelt licht, een spiertje in de nek protesteert zwakjes. Ik heb in een soort woedeaanval zitten schrijven. Wat er staat valt moeizaam te ontcijferen. Na een bladzij of twee is het wel duidelijk: leuke woorden, halve zinnen, onzinnige sprongen, taal die alle kanten op glibbert. Verder lezen kost grote moeite. Want dit is geen tekst waarmee ik iets communiceer. Ik heb ze zelf geschreven, en toch: dit zijn mijn woorden niet.</p>
<p><em><span id="more-615"></span>Free Writing</em> heet deze aanpak, die (ik citeer nu een Engelse Wikipedia) ‘is gebaseerd op de vooronderstelling dat iedereen iets te zeggen heeft, en ook in staat is om dat te formuleren, als de woordenfontein in het hoofd (vrije vertaling) niet geblokkeerd was door apathie, zelfkritiek, jalousie, vrees voor de deadline, faalangst, zelfcensuur of andere vormen van weerstand.’</p>
<p>In het Nederlands taalgebied heeft Free Writing nooit de bijna mystieke status gekregen die het in de VS heeft ( zie bijvoorbeeld de boeken van Natalie Goldberg, zoals ‘<em>Schrijven vanuit je Hart</em>’). Gelukkig maar, want het is een techniek die je nergens brengt.</p>
<p>Het spaart frustratie aan het begin van het proces, dat is waar. De woorden stromen zonder enige remming of obstakel. Leuk.</p>
<p>Daar voor in de plaats komt een driedubbele dosis frustratie aan het eind van het proces. Want de taal die je uitstort is niet leuk, niet interessant, niet communicatief. Je woorden vertellen niet wat je wilt vertellen, en al deden ze dat, niemand wil ze lezen.</p>
<p>Ongeremd schrijven is voor een schrijver niet interessant. Bij vol bewustzijn, met alle kritische vermogens intact, werken in de hoogste versnelling, dat is pas genieten. Schaatsers maken zoiets wel eens mee, ergens halverwege de 10 kilometer, en praten dan lyrisch over <em>Flow</em>. Marathonlopers lopen hun beste races in een roes. En schrijvers kunnen in een Flow belanden, op een dag in een willekeurig verhaal.</p>
<p>Elke klap is raak. Ieder woord klopt, en trekt vanzelf de volgende woorden omhoog, alsof ze door een hogere macht alvast aan een lijntje werden geregen. Prachtzinnen verbinden zich tot alinea’s. En het gaat maar door. De put raakt niet leeg, hoeveel emmertjes je er ook uit schept.</p>
<p>Tom Lanoye beschrijft hoe hij tegen het eind van een boek op sommige dagen 2 tot 3 duizend woorden schreef. ‘Het zijn vaak de beste stukken, omdat ik toen echt volledig binnen mijn eigen grammatica zat.’ Dat is Flow.</p>
<p>Een schrijver die in zo&#8217; n roes raakt schrijft niet kritiekloos, niet ongeremd. Hij is zich juist perfect bewust van obstakels en gevaren, effecten die verkeerd uit kunnen pakken, zijpaden die vermeden moeten worden. Het motortje van de zelfkritiek draait op vol vermogen. Maakt allemaal niet uit, hindert het schrijfproces niet, geeft er juist extra stuwkracht aan. De woorden die je zo schrijft, dat zijn jouw woorden, in jouw eigen grammatica.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/woordenstroom/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Frustratie</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/frustratie</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/frustratie#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 21 Feb 2009 21:12:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[frustratie]]></category>
		<category><![CDATA[herschrijven]]></category>
		<category><![CDATA[vastlopen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=551</guid>
		<description><![CDATA[In mijn studententijd (‘opa, vertel nog eens van de Flintstones’) hadden we nog geen computers. Wij typten de stukjes voor ons studentenblaadje gewoon akoestisch op de typemachines in het ASVA-kantoor. Daar stond een bont assortiment gereed, van kleine handzame Remingtons tot grote dreunende Olympia’s. Op een avond zaten we daar met vijf redacteuren op een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="aligncenter size-full wp-image-554" title="frustratie2" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/02/frustratie2.jpg" alt="frustratie2" width="341" height="400" />In mijn studententijd (‘<em>opa, vertel nog eens van de Flintstones</em>’) hadden we nog geen computers. Wij typten de stukjes voor ons studentenblaadje gewoon akoestisch op de typemachines in het ASVA-kantoor. Daar stond een bont assortiment gereed, van kleine handzame Remingtons tot grote dreunende Olympia’s.<br />
Op een avond zaten we daar met vijf redacteuren op een rijtje te typen, toen de jongen links van mij opeens zijn armen in de lucht gooide, naar het plafond riep: <em>Ik kan het niet. Ik kan het niet</em>, en vervolgens zijn gezicht met zo’n klap in de toetsen begroef, dat alle hamertjes in een niet meer te ontwarren kluwen tegen de rol aan kwamen staan.</p>
<p>Later is het toch nog goed gekomen met deze schrijver. Want frustratie, hoe diep ook, is iets van het moment. Wacht een paar minuten, schop eens tegen de papiermand aan, ga een stomme boodschap doen in een treurige supermarkt, bel UPC om je abonnement op te zeggen en leg na vier minuten vruchteloos wachten de telefoon neer. Zet een kopje thee, ga weer aan de schrijftafel zitten. En kijk, zo groot is het probleem nou ook weer niet. Sterker nog, er is een simpele oplossing voor.</p>
<p><span id="more-551"></span>Als ik een journalistiek stuk moet schrijven kan ik razendsnel werken. Want in dat vak weet ik heel goed wat ik moet doen met weerstand. Ik heb een regel getypt, en die wringt:<br />
<em>De handel in tweedehands auto’s is een veel nettere markt, veel beter gereguleerd dan de kunstmarkt.</em><br />
Jakkes, wat een lelijke zin, met die herhaling van <em>veel </em>en van <em>markt</em>. Wat ik wil zeggen staat er wel, maar dat kan niet in deze vorm.<br />
<em>De handel in tweedehands auto’s is een wonder van regulering en legitimiteit vergeleken met de kunstmarkt. </em><br />
Probleem opgelost. Volgende regel.</p>
<p>Als journalist weet ik dat weerstand een signaal is waar ik onmiddellijk op moet reageren. Gooi die zin om, haal dat stomme woord eruit, en als het dan nog niet goed is: schrap de hele alinea.</p>
<p>Nou schrijf ik tegenwoordig ook literaire verhalen. Al schrijvend voel ik weerstand. Veel zwaarder dan ik ooit als journalist ben tegengekomen. Veel fundamenteler. Er zijn momenten dat ik mijn gezicht in het toetsenbord zou willen begraven, of iets roepen naar het plafond.</p>
<p>Luke Kennard, schrijver van de maffe dichtbundel The Solex Brothers, werd gevraagd of het schrijven makkelijker wordt naarmate je het langer doet.<br />
“Het voelt altijd alsof ik opnieuw moet beginnen,”zegt hij, “alsof ik alles weer moet leren dat ik dacht onder de knie te hebben. <em>Sometimes I just sit there screaming into my hands.</em>”</p>
<p>Literatuur schrijven is leven met frustratie. Maak je geen illusies, je komt er niet vanaf, en wennen doet het nooit.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/frustratie/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Welkom bij jezelf</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/welkom-bij-jezelf</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/welkom-bij-jezelf#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 19 Feb 2009 10:34:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[hoofdpersoon]]></category>
		<category><![CDATA[verhaallijn]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=523</guid>
		<description><![CDATA[Hoe ging het schrijven vandaag? Best goed, mompel je. Probeer maar eens uit te leggen hoe het voelt. De ene keer zit je zwetend te vechten voor elk woord. De andere keer stroomt het als een honingrivier. De ene prachtzin na de andere, je hoeft ze alleen maar op te vangen. Schrijven is een avontuur [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="aligncenter size-full wp-image-526" title="jezelftegenkomen" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/02/jezelftegenkomen.jpg" alt="jezelftegenkomen" width="500" height="332" />Hoe ging het schrijven vandaag?<br />
Best goed, mompel je.</p>
<p>Probeer maar eens uit te leggen hoe het voelt.<br />
De ene keer zit je zwetend te vechten voor elk woord. De andere keer stroomt het als een honingrivier. De ene prachtzin na de andere, je hoeft ze alleen maar op te vangen.</p>
<p>Schrijven is een avontuur dat je in je eentje beleeft. Het resultaat van al die avontuurlijke dagen komt een keer bij andere mensen op het bord te liggen, maar dat is pas veel later, als jij al lang  op een nieuwe expeditie vertrokken bent.</p>
<p><span id="more-523"></span>De leuke momenten van het schrijven zijn niet te delen. Er zijn van die dagen dat ik me beloond voel. De zinnen beginnen te lopen, de alinea&#8217;s krijgen een dwingend ritme, de tekst heeft de betekenis gekregen die ik erin wilde leggen, en nog wat extra ook. Vondsten die gratis binnenstromen. Een nieuwe, ongedachte verdieping in het verhaal. Dan denk ik: al die strijd is toch ergens goed voor geweest</p>
<p>Want om dat mysterieuze proces aan de gang te krijgen moet je door al die hopeloze momenten heen, dat niks lukken wil. Hoe ik me dan voel, dat is niet geschikt voor algemene consumptie.<br />
Zo &#8216;n dag dat het niet lukt om op gang te komen. De dagelijkse dosis van duizend woorden blijkt volstrekt onhaalbaar. De hele dag zitten prutsen, en nog geen drie rechte zinnen geproduceerd.</p>
<p>Of nog erger: ik heb best een aardig stukkie geschreven, maar wereldliteratuur is het nou niet direct. Waar zit het hem toch in? Iets in de toon? En dan opeens begrijp ik het: deze hele verhaallijn (waar ik met zoveel enthousiasme al een week aan zit te schrijven) wringt. Mijn hoofdpersoon doet niet wat ik hem wil laten doen. Hij vertikt het. Past niet bij hem. Hoofdschuddend blader ik door vijf zes pagina&#8217;s, hele mooie pagina&#8217;s vond ik het, maar ze moeten allemaal geschrapt.</p>
<p>Waarom wordt het nou nooit eens vanzelf helemaal perfect? Waarom moet alles zoveel moeite kosten?<br />
Schrijven is vooral: vervelende problemen, die je zelf hebt bedacht, helemaal in je eentje oplossen. Wat mijn problemen zijn onder het schrijven, ik kan er over vertellen, maar ik kan het je niet laten voelen. Ze zijn onvervreemdbaar van mezelf, en voor iedereen anders.</p>
<p>Je kan een ander tips geven, een duwtje halverwege. Maar die hele berg frustraties wegwerken, dat zullen jullie toch echt samen moeten oplossen, jij en jezelf.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/welkom-bij-jezelf/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Waarom wij schrijven</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/waarom-wij-schrijven</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/waarom-wij-schrijven#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 14 Feb 2009 13:13:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[schep een wereld]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=496</guid>
		<description><![CDATA[George Orwell wist als jongetje van een jaar of zes al dat hij schrijver zou worden, vertelt hij in het essay Why I Write (1946):  &#8216; I had the lonely child&#8217;s habit of making up stories and holding conversations with imaginary persons, and I think from the very start my literary ambitions were mixed up [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/02/anagram_knights.jpg" alt="anagram_knights" title="anagram_knights" width="400" height="283" class="aligncenter size-full wp-image-516" /></p>
<p>George Orwell wist als jongetje van een jaar of zes al dat hij schrijver zou worden, vertelt hij in het essay <a href="http://www.orwell.ru/library/essays/wiw/english/e_wiw"><em>Why I Write</em></a> (1946):  &#8216; I had the lonely child&#8217;s habit of making up stories and holding conversations with imaginary persons, and I think from the very start my literary ambitions were mixed up with the feeling of being isolated and undervalued. I knew that I had a facility with words and a power of facing unpleasant facts, and I felt that this created a sort of private world in which I could get my own back for my failure in everyday life.&#8217;</p>
<p>Drie elementen uit dit snijdende zelfportret duiken steeds weer op in de biografie van schrijvers.  Ik heb ze nu zo vaak voorbij zien komen, steeds in iets andere bewoordingen, andere gradaties, ik denk dat er een systeem in zit.</p>
<p><span id="more-496"></span>1. Orwell schetst een kind, dat zich apart voelt staan van anderen, zich ondergewaardeerd weet, iemand die zich maar moeizaam kan handhaven in het leven van alledag.<br />
Op zijn manier vertelt Giphart hetzelfde verhaal: &#8216;Schrijven is een fantastisch wapen tegen de wereld. Op school hadden we een clubje van jongens. Laten we zeggen dat de meisjes niet stonden te dringen om door ons ontmaagd te worden. Door de literator uit te hangen, konden we een soort schild maken. Ieder jong dichtertje doet dat.&#8217;<br />
Gerrit Komrij zegt het zo: &#8216;Ik heb me nooit op mijn gemak gevoeld in mijn eigen lichaam. Maar ik ben nuchter genoeg om te beseffen dat je er geen andere kop op kunt schroeven. Schrijven is toch ook mijn verleidingstactiek – ‘Kijk eens naar mij!’ – waar je mee uitpakt omdat het je op een andere manier niet lukt. Ik had het anders gewild.&#8217;</p>
<p>2. Ze zijn eenzaam, deze kinderen, niet echt op hun gemak in de wereld, maar dit gemis wordt gecompenseerd door de zekerheid dat ze een wapen hebben. <em>A facility with words</em>. Waar komt dat vandaan? Langdurig ziek zijn helpt, tenminste, als er boeken in de buurt zijn om de verveling te verdrijven.<br />
De Engelse krant The Guardian heeft een langlopende serie interviews met schrijvers over hun professie, onder de voor de hand liggende titel <a href="http://www.guardian.co.uk/books/series/whyiwrite">Why I Write</a>.  Op een enkele uitzondering na groeiden deze schrijvers op in een omgeving vol boeken, met ouders die spannende verhalen voorlazen, hun kind meesleepten naar opera en toneelstukken, of juist kasten vol met detectives hadden staan. Voor de meeste kinderen is lezen en verhalen aanhoren niet meer dan een tijdpassering. Voor sommige wordt het een eerste levensbehoefte.</p>
<p>3. En dan ontstaat het verlangen om met eigen woorden een eigen wereld te scheppen.<br />
Soms uit wraak. Komrij: &#8216;Het is vanaf mijn vroegste jeugd toch een drijfveer geweest tegen de mensen te roepen: “<em>Als jullie mij niet moeten, dan zal ik jullie eens wat vertellen, ik moet jullie ook helemaal niet</em>!&#8221;— Een soort pre -emptive strike.&#8217;<br />
Uit behoefte om een wereldje te scheppen dat je volkomen kan controleren, zoals de Engelse SF-auteur Will Self:  &#8216;I like the sensation of creating a tiny world that I alone control. Control freakery: it allows me to be in a place that is mediated by rituals of my own devising.&#8217;<br />
Beryl Bainbridge schiep een literaire wereld om openlijk over zichzelf te kunnen schrijven: &#8216;I wanted to make sense of my childhood. I wanted to write it all down &#8211; but I couldn&#8217;t write it as it happened. I had to turn it into fiction because I didn&#8217;t want my parents to see it.&#8217;<br />
Jonathan Coe (van The Rotters Club) kan zich helemaal niet meer voorstellen wat hem bezielde, als 8-jarig jongetje: &#8216; I&#8217;m baffled even now by why I chose to sit inside doing that when I could have been outside playing football or riding my bike. It&#8217;s very odd behaviour, almost pathological.&#8217;</p>
<p>Zo wordt een schrijver geboren. Tenminste, wanneer die jongen of dat meisje geen andere manier vindt om de jeugdfrustraties van zich af te schudden. En blijkt te beschikken over nog een handvol andere cruciale eigenschappen, zoals zitvlees. Maar dat is een ander verhaal.</p>
<p>Citaten Gerrit Komrij en Giphart uit interviews gepubliceerd in het onvolprezen weekblad <a href="http://www.vn.nl/KunstCultuur/DeRepubliekDerLetteren.htm">Vrij Nederland</a> (respectievelijk door Mark Schaevers, 20-03-2004 en  Yoeri Albrecht, 10-2-2001).</p>
<p>Illustratie: een van de schitterende advertenties van de Praagse Anagram Bookshop. </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/waarom-wij-schrijven/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

