<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Sander Kooistra &#187; zelfkritiek</title>
	<atom:link href="http://sanderkooistra.nl/tag/zelfkritiek/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://sanderkooistra.nl</link>
	<description>schrijft</description>
	<lastBuildDate>Fri, 10 Jun 2011 19:27:32 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Op zoek naar eenzaamheid</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/op-zoek-naar-eenzaamheid</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/op-zoek-naar-eenzaamheid#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 19 May 2009 13:04:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[eenzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[zelfkritiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=781</guid>
		<description><![CDATA[Toen ik nog werkte als journalist ging ik mijn stukjes wel eens zitten schrijven in een café. Liefst een groot ruim café type American, waar veel passanten voorbij kwamen, met veel reuring. De kantine van het Stedelijk Museum met zijn internationale publiek, ook een favoriete plek. ‘Dit is het leven’, dacht ik dan, ‘ik zit [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="aligncenter size-full wp-image-783" title="cave-bookcase" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/05/cave-bookcase.jpg" alt="cave-bookcase" width="450" height="260" /></p>
<p>Toen ik nog werkte als journalist ging ik mijn stukjes wel eens zitten schrijven in een café. Liefst een groot ruim café type American, waar veel passanten voorbij kwamen, met veel reuring.  De kantine van het Stedelijk Museum met zijn internationale publiek, ook een favoriete plek. ‘Dit is het leven’, dacht ik dan, ‘ik zit er middenin’. De overvloed aan prikkels bracht me in de juiste stemming om te schrijven, een tikje opgefokt, met urgentie. En ik kon me inbeelden dat de mensen voor wie ik schreef om me heen liepen.</p>
<p>Stukjes schrijven voor mijn weblog doe ik nog wel eens in het café, al gaat het nu om een wat rustiger etablissement in een provinciestad. Je kan heel wat kwijt op een bierviltje van Café Meijers. Maar geen literatuur. Inspiratie opdoen in een café lukt aardig. Moet er van de haastig neergepende beelden en flarden een literaire tekst worden gemaakt, dan trek ik me terug in mijn werkkamertje.</p>
<p>Zonder isolement gaat het niet. Al barsten ze van het leven en vibreren ze van het straatrumoer, literaire verhalen worden geschreven in eenzaamheid. Waarom is dat toch?</p>
<p><span id="more-781"></span>Het gemiddelde verhaal eist burgerlijke orde en regelmaat, stelt Renate Dorrestein. “<em>Het wil van negen tot vijf aandacht, of van zeven tot twaalf. (…) Het is als de dood dat het zal omkomen als het aan zichzelf wordt overgelaten. Heeft de schrijver vandaag even geen zin? Dan maakt hij maar zin! Wil hij op vakantie? Het verhaal wil mee! Het kan immers maar kort zonder beademing, het hartje is nog zwak, de spieren kunnen zich nog niet ballen , het is een weerloze larf met een weergaloze macht over zijn slaaf, de schrijver.</em>”  (Het geheim van de schrijver, p. 177/178)</p>
<p>Dorrestein spreekt over verhalen zoals Michelangelo over beelden: <em>‘het beeld zit al in dit blok marmer, ik moet het er alleen nog uithakken’</em>. Het verhaal wil verteld worden, en zoekt een schrijver die bereid is om zichzelf tot slaaf te maken. Puur animisme, deze theorie, en toch zit er een kern van waarheid in.<br />
De schrijver neemt de taak op zich om het verhaal zo effectief en efficiënt en mooi mogelijk te vertellen. Dat betekent keuzes maken. Onophoudelijk. Elke zin vraagt om keuzes, elke alinea, de opeenvolging van alinea’s, steeds weer nieuwe keuzes.</p>
<p>Een enkele keuze kan je maken, geïnspireerd door een gesprek, door een omgeving. Soms maakt het onderbewustzijn een keuze voor jou. We hebben allemaal wel de ervaring dat je volkomen onverwacht, tussen de bedrijven door, bezig met iets heel anders, een geniale inval krijgt die je verhaal in een totaal ander perspectief plaats. Een grote sprong vooruit!</p>
<p>Maar na die grote sprong wachten de schrijver weer tientallen kleine keuzes, die allemaal aandacht nodig hebben, al is het maar even, en stuk voor stuk naar tevredenheid moeten worden afgerond voordat je verder kan. Om die reeks keuzes te kunnen maken moet je geconcentreerd kunnen luisteren naar je eigen stem, zonder afleiding. <em>In harmonie komen met het boek,</em> noemt Patricia Highsmith dat.</p>
<p>Daarom zoeken we het isolement. En dan moeten we het met onszelf kunnen uithouden.<br />
Het helpt als je getraind bent in alleen zijn. Allenige kinderen maken meer kans om schrijver te worden.</p>
<p>De Engelse kinderboekenschrijver <a href="http://www.guardian.co.uk/books/2007/feb/16/philippullman">Philip Pullman</a>, op de vraag ‘<em>hoe overleef je het om zo’n groot deel van de tijd alleen te zijn in je werk?’</em><br />
<em>Het is geen kwestie van overleven</em>, zegt hij. <em>Ik verwelkom dat. Ik vind het prettig om die tijd in mijn eentje te zijn. Ik denk zelfs dat ik gek zou worden als ik niet die tijd in eenzaamheid kon doorbrengen. </em></p>
<p>Een geboren schrijver, op zoek naar een legitieme reden om zich terug te trekken. Eindelijk alleen!</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/op-zoek-naar-eenzaamheid/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De bijziende criticus</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/bijziende-zelfkritiek</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/bijziende-zelfkritiek#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 Mar 2009 21:25:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[boek schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[zelfkritiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=684</guid>
		<description><![CDATA[Ik draag een vasthoudende criticus met me mee. Het is een bozig kereltje, dat er een sport van maakt te verschijnen wanneer ik hem niet wil zien, en dan iets giftigs te roepen. Ik heb hem altijd heel serieus genomen. Te serieus, ontdekte ik een paar maanden geleden. Mijn boek was af. Nou ja, zo’ [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="aligncenter size-full wp-image-685" title="tedichtbij" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/03/tedichtbij.jpg" alt="tedichtbij" width="600" height="412" /></p>
<p>Ik draag een vasthoudende criticus met me mee. Het is een bozig kereltje, dat er een sport van maakt te verschijnen wanneer ik hem niet wil zien, en dan iets giftigs te roepen.<br />
Ik heb hem altijd heel serieus genomen. Te serieus, ontdekte ik een paar maanden geleden.</p>
<p><span id="more-684"></span>Mijn boek was af. Nou ja, zo’ n beetje. De eerste complete versie lag op tafel. Ik had besloten dat eerste voldragen concept te laten lezen aan een clubje vrienden en bekenden.<br />
Nu het zover was beviel dat idee me niet meer zo, maar vooruit.</p>
<p>Het was de eerste keer dat mijn boek in zijn eentje buiten mocht spelen. Ik liep nog een keer de tekst door, haalde er wat foutjes uit, verzette een komma, boog een paar zinnetjes om. Toen kopieerde ik het hele pakket twintig keer, deed er vrolijke hoesjes omheen, en begon met uitdelen. <em>Ik wil graag commentaar</em>, zei ik daarbij. <em>Alles wat je belangrijk lijkt. Je helpt me enorm.</em></p>
<p>Twintig pakketjes uitgedeeld, en toen begon het wachten. Je moet mensen de tijd gunnen. Ik ruimde mijn bureau op. Ik deed boodschappen. Ik las de boekenbijlage van de NRC tot gapens toe.</p>
<p>Na twee dagen kreeg ik een idee. Ik stak exemplaar 21 in mijn rugzakje, fietste naar de stad, en ging op een terrasje in de zon zitten. Daar begon ik te lezen.</p>
<p>Ik zag het boek voor het eerst. Er stonden grappen in, waar ik om moest lachen, terwijl ik ze toch zelf geschreven had. Het boek was een eigen leven begonnen, het had zich van mij losgescheurd.</p>
<p>Ik bekeek mijn spruit van een afstandje. Leuk joch, maar wat een zwakke beentjes. Dat zulke spillepootjes dat hele lijf kunnen dragen. Zijn linkerarm is ook een stuk minder ontwikkeld, valt me nu op.</p>
<p>De opbouw van het verhaal, die ik werkendeweg had zien groeien, bleek opvallende gaten te vertonen. Nooit op gelet.<br />
Ik had, al schrijvend, te dicht op de tekst gezeten. Aangemoedigd door mijn kleine criticus, die riep: <em>Vind ik geen mooie zin</em>! Of: <em>Schrijf nou eens bloemrijk. Niet altijd zo kaal!</em> Daardoor bleef ik me concentreren op de taal, op het ritme van de zinnen.</p>
<p>Mijn criticus is een bijziend mannetje. Hij kan geen pas achteruit zetten om het grote geheel te overzien. En ik, teveel onder de indruk van zijn bijtende opmerkingen, ben de strijd aangegaan met zijn kritiek. Ik heb me zijn beperkte visie laten opdringen.</p>
<p>Pas toen ik afstand kon nemen van mijn eigen tekst kon ik zien wat ik gemist had. Zoveel leven in dat verhaal, waar ik aan voorbij gerend was.</p>
<p>Nu kan ik ruimte maken voor een vrouw in een rode jurk. De kronkelende zoom. De manier waarop ze haar sigaret vasthoudt, haar lange elegante vingers.  Blozende adertjes onder de gladde huid van haar bovenbenen. Ik kan haar een gezicht geven, en een plaats om te staan, een plek in de stad waar ze betekenis krijgt voor het verhaal.</p>
<p>Woedend kauwt de criticus op zijn oranje-geel gestreepte stropdas.</p>
<p>Die &#8216;<em>grappen, waar ik om moest lachen, terwijl ik ze toch zelf geschreven had,</em> &#8216;  heb ik van Piet Grijs gepikt.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/bijziende-zelfkritiek/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Waar de vijand huist</title>
		<link>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/zelfkritiek</link>
		<comments>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/zelfkritiek#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 Mar 2009 20:22:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie van het schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[herschrijven]]></category>
		<category><![CDATA[zelfkritiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sanderkooistra.nl/?p=667</guid>
		<description><![CDATA[De meeste schrijvers halen 500 woorden per dag, en vinden dat een mooi gemiddelde. Hoeveel woorden zouden we kunnen typen als we echt gas gaven? Toch zeker 6.000. Waarom gaan we zo langzaam? Omdat de kraan meteen wordt dichtgedraaid zodra de woorden een beetje beginnen te stromen.De woorden moeten zich aan onze regels houden. Ze [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="aligncenter size-full wp-image-668" title="grow-on-you_2lucyandbart" src="http://sanderkooistra.nl/wp-content/uploads/2009/03/grow-on-you_2lucyandbart.jpg" alt="grow-on-you_2lucyandbart" width="400" height="383" /></p>
<p>De meeste schrijvers halen 500 woorden per dag, en vinden dat een mooi gemiddelde. Hoeveel woorden zouden we kunnen typen als we echt gas gaven? Toch zeker 6.000.</p>
<p>Waarom gaan we zo langzaam? Omdat de kraan meteen wordt dichtgedraaid zodra de woorden een beetje beginnen te stromen.De woorden moeten zich aan onze regels houden. Ze mogen stromen, maar wel in de juiste bedding, in het goede ritme, met de bijpassende emotie geladen.</p>
<p>Wie draait die kraan eigenlijk dicht? Dat doen wijzelf. Althans, dat doen personages die zich in ons blijken schuil te houden. Ik verander al schrijvend in een lezer, en de lezer wordt een criticus, en de criticus zegt: <em>dat kan zo niet, dat moet helemaal anders.</em></p>
<p><span id="more-667"></span>Bij mij vindt deze transformatie om de dertig, veertig woorden plaats. Twee zinnen kan ik zonder veel weerstand typen. Dan verschijnt de lezer, een dromerig mannetje dat de neiging heeft minuten lang uit het raam te gaan zitten staren, zinnetjes mompelend als: <em>klopt iets niet.</em> <em>voelt niet goed. </em></p>
<p>Achter de rug van de lezer verschuilt zich een heel ander wezen. Ik weet niet of dat wel echt een deel van mij is, het lijkt een personage dat meer weet van literatuur dan ikzelf. Mijn criticus is een zeer belezen, hoog ontwikkeld, nerveus figuur die er zeer krachtige meningen op na houdt.</p>
<p>Heeft iedere schrijver zijn eigen criticus? Ik vrees van wel. Maar hoe verschillend onze ingebouwde critici ook zijn, ik denk dat we er allemaal dezelfde problemen mee hebben.</p>
<p>Die gedachte kwam bij me op door een oud interview met Willem Brakman, over het fenomeen van de zelfkritiek. ‘<em>De schaduw van wantrouwen</em>,’ in zijn woorden. Brakman schreef merkwaardige boeken vol met gedachtesprongen en losse eindjes. De eerste versie van elk boek schreef hij met de hand, zo vrij en open mogelijk. “<em>Door mijzelf tijdens zo&#8217; n eerste versie te laten gaan, de toegangswegen open te zetten, niets te herkauwen, hoop ik de inval de kans te geven te verschijnen.&#8217;</em>&#8216; (Elke lezer van Brakman zal beamen: invallen genoeg in de boeken van de oude bard). Maar ja, die eerste versie is altijd “<em>godvergeten slecht”. </em></p>
<p><em>”Dan moet je strepen, al het onechte dient er genadeloos uit te worden verwijderd. Ik hoor mijzelf dan denken: tjonge, jonge, dat is diepzinnig, gevoelig, humoristisch, gewild, droevig &#8211; weg met al dat onechte.”</em></p>
<p>Brakman stelt dat we de zelfkritiek positief moeten opvatten, als een noodzakelijk onderdeel van onze expeditie in het domein van de waarheid: “<em>echte zelfkritiek is geen zoektocht naar technische fouten, zelfkritiek is breder, het is het meest absolute en centrale punt van het denken.(…) Geest is de boeiende omgang van het bewustzijn met zichzelf. En die boeiende omgang bestaat vaak uit zelfkritiek</em>.” Dat is nou juist waar de schrijver zich door onderscheiden kan: <em>“een prater is onder de schouderkloppende ban van zijn eigen persoonlijkheid, de schrijver allerminst.”</em></p>
<p>En toch, hoe positief Brakman de zelfkritiek ook probeerde voor te stellen, vrolijk werd hij niet van de criticus in hem. <em>“Tijdens het schrijven leunt de schrijver over zijn eigen schouder en fluistert allerlei akelige dingen, die mij soms in elkaar doen krimpen en waarbij ik me afvraag waar die vijand toch huist als ik niet schrijf.&#8221;</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>Zelfkritiek: Willem Brakman / De pen wil anders</em><br />
door Pieter Henk Steenhuis, Trouw 2002-06-12</p>
<p>De foto bij dit artikel is een coproductie van Lucy McRae en Bart Hess, designers/kunstenaars uit Eindhoven. Ze doen onderzoek naar low-tech manieren om het menselijk lichaam beter te laten functioneren. Bekijk het fascinerende werk van dit duo op <a href="http://www.lucyandbart.com">www.lucyandbart.com</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sanderkooistra.nl/psychologie-van-het-schrijven/zelfkritiek/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

